 |
 |
 |
 |
 |
 |
Uitdaging (29-1-2008)
Door Frans Verweij
De taak van een columnist is analyseren, irriteren, ridiculiseren, becommentariëren,
prikkelen, enzovoort. Vaak vergroot of verklein je delen van de werkelijkheid buiten
perspectief. Natuurlijk zijn de mensen bij de bond en overige verenigingen beste mensen,
maar ik kies mijn prikkelingen bewust. Ik hoop dat ooit, voorbij de irritatie, de
stekelige opmerkingen als uitdaging zullen worden gelezen. Lezers blijven vaak steken
bij die ene opmerking die ze niet zint en negeren de rest. Ik daag iedereen uit,
criticaster of gelijkgezinde, hetzelfde te doen als ik in dit stuk probeer. Het gaat om
een proces dat door velen als moeilijk wordt beschouwd, en dat "nadenken"
heet.
Het was te verwachten: het niet halen van het erg hoog ingezette doel geeft de
critici van de werkwijze van Avital, zijn meiden en in het kielzog daarvan Martinus en
de NeVoBo alle gelegenheid om hun frustraties te uiten.
Onbedoeld bevestigen ze in hun toon en intelligente onderbouwing de noodzaak van het
particuliere initiatief van onze meiden. Als ze hier niet voor hadden gekozen, was er
helemaal niets gebeurd. Op beton kun je geen bloemen kweken. Nogmaals (voor de zoveelste
keer), ik ben niet overtuigd van het ideale van de gekozen oplossing. Er was (en is op
dit moment) echter geen betere, juist omdat de ondergrond van beton is.
Het beroerde is dat er uit alle reacties een verontrustende ideeënarmoede blijkt.
Niemand geeft er blijk van op een manier naar het volleybal te kunnen kijken, die
getuigt van afstand en overzicht. Ik ook niet, maar ik ben dan ook een zwemmer, ik
beweeg me op enkelhoogte. De enige van wie ik een gestructureerde poging heb gezien is
Marcel de Laat in het Brabants Dagblad. Hoe sympathiek ook, Marcel komt niet verder dan
wishful thinking over instituten die gaan opleiden waardoor de verenigingen sterker
worden. En wat doen die verenigingen ondertussen? Blijven die wéér de Calimero
uithangen? Doen we het buitenland op slot? Wie betaalt die instituten?
Een van de meest kenmerkende reacties was de kreet: "maar wij clubs moeten het
doen met zo weinig geld en zo weinig toeschouwers…" Ja kluns, en je verdient ook
niet beter! We moeten concurreren met allerlei sporten, waar van tijd tot tijd wél
ideeën- en initiatiefrijke mensen rondlopen. Ik heb nieuws voor je: niemand, geen
kijker, geen speler en geen sponsor, komt op je af omdat je zo leuk bezig bent…..
Ik ben er al lang van overtuigd (en mag zeggen dat ik het heb bewezen) dat je
toeschouwers, media en sponsoren moet gaan hálen. Die haal je met aansprekende, goed
georganiseerde en enthousiast verkochte plannen, met áctie, met hard werkende mensen die
niet zeuren maar doen. Je sluit je niet aan bij losers, je sluit je aan bij winnaars.
Een van mijn grootste teleurstellingen in mijn bestuurlijke periode in het volleybal
is de totale non-reactie op het moment dat je verenigingen vraagt om in te haken en een
stapje verder te gaan, zoals gezamenlijk publiekacties ontwikkelen, elkaar bestuurlijk
adviseren, gezamenlijk mediaplannen maken en realiseren. Op de momenten dat ik zulke
ideeën opperde werd er voornamelijk meewarig gekeken. Een collega-vereniging weigerde me
een kijkje in de bestuurlijke keuken, omdat ik van de concurrentie was…
Als Ron Boudrie een inspirerende presentatie houdt over een mogelijkheid om een
aantal volleybalbolwerken te creëren, inclusief drafting zoals in de Amerikaanse
profleagues, professionele aansturing etc., wordt er alleen maar (en vanzelfsprekend
achter zijn rug) gelachen. Niet dat ik zeg dat het zo moet, maar het is wel het soort
denken dat we nodig hebben om verder te komen. Vervolgens kruipen de voorzitters weer
achter de tellerstafel of op de kruk van de ballenroller omdat er nu eenmaal te weinig
handen zijn….
Ik ben en blijf van mening dat het volleybal grote potentie heeft. Niet zo groot als
voetbal, wielrennen en schaatsen, maar wel veel dichter in de buurt daarvan, dan nu het
geval is. Dit is hét moment voor een gedurfde aanpak, waarvoor waarschijnlijk zelfs
sponsoring voor te vinden is. Kwade tongen beweren dat Dela al heeft aangegeven de
breedte van het volleybal te willen ondersteunen.
Voorwaarde voor echte verbetering is een integraal plan van aanpak:
- De organisatie van de bond moet op zijn kop. Het besturingsmodel van nu is alleen
maar ideaal voor het smoren van elke slagvaardigheid.
- De "professionele verenigingen" moeten een eigen bestuurlijk orgaan
krijgen, zoals de NV Eredivisie. Dit orgaan doet, naast de organisatie van de
competities, vooral dingen als merchandising (de eerste slogan heb ik al: "vis niet
achter het net!"), werving, media, etc. De bezetting hiervan moet statutair 50%
idealisten en 50% pragmatici zijn! Als eerste klus moeten ze SBS6 kapen, pijltjesgooien
is daar aan het creperen.
- De Nationale teams moeten een eigen organisatie krijgen, onder
verantwoordelijkheid van een bestuur bestaande uit verenigingsmensen en afgevaardigden
van de bond, verantwoording verschuldigd aan de bond.
- De opleiding van jeugd moet over alle verenigingen heen georganiseerd worden. Mét
de verenigingen, maar niet per sé dóór de verenigingen. Martinus, AMVJ en Rhoda kunnen
hun kinderen voor dit doel veel beter in één pot doen en met deskundige begeleiding
vanuit de bond (Dela??) komen tot meer en betere trainingsuren, onder het motto:
"de beste trainers voor de jeugd!" En geen gezeur meer dat je jeugd kwijt
raakt aan andere verenigingen, want dat doe je nu ook al, zowel overdrachtelijk als
concreet….
- De verenigingen houden er mee op te jammeren over wat ze niet leuk vinden en
realiseren zich dat wederzijdse versterking (álle verenigingen moeten sterker
worden) de enige gangbare weg is. In sport ben je gebaat bij competitie. Die bereik je
niet door te zeuren dat een ander het (altijd tijdelijk…..) even beter doet dan jij. Het
Leidmotief van vele verenigingen moet veranderen van "laat me met rust" in
"Hoe kunnen we gezamenlijk aan kracht winnen".
Vooral daag ik het totale volleybal uit een symposium te organiseren met de titel:
"En hoe nu verder???"
(met als ondertitel: "vanaf nu wordt alles anders!")
Laten we kijken van afstand en met overzicht, en met verpletterend enthousiasme.
Frans
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
"Volleybal duf en suf "? (11-2-
2008)
Door Frits Suèr
Met de finish van mijn bestuurlijke periode in zicht (na het te hopen kampioenschap
van onze dames) voeg ik toch maar wat gedachten toe aan de discussie over het
topvolleybal bij de dames in Nederland. Dit als een reactie op een column van Frans op
de Martinus-website. Alvorens een serie feiten te vermelden wil ik stellen, dat iedereen
het recht heeft kritisch te zijn over het damesmodel en dat iedere weldoordachte op- of
aanmerking zinvol is. Ik vind ook, dat er begrip moet zijn voor emoties en frustraties.
Het is immers niet leuk en soms zelfs demotiverend als je ieder jaar je beste speelsters
ziet vertrekken. Ook al is de reden voor vertrek gewoon verhuizen, studie en of de
algemene trek naar een grote stad. Meer dan 20 jaar geleden hebben wij overigens de
clubs en NeVoBo eens voorgesteld transfersommen in te stellen als genoegdoening voor
clubs, die steeds weer talenten verliezen aan topclubs. Men wilde daar niet aan. Vond
men te veel voetbal. Te commerciëel. Welnu als dat transfersysteem er wel was gekomen
had bijv. Pollux aardig verdiend.
Maar goed, eerst wat punten.
- Het heren Bankrasmodel werd ingezet in april 1983. De heren plaatsten zich
voor de Spelen in januari 1988. Men deed er dus een kleine vijf jaar over om (voor
het eerst sinds 1964) zich te kwalificeren voor de Spelen. Met een geweldige 5e
plaats als resultaat.
- Nederland werd bij de kwalificatie geholpen vanachter de groene tafel. Piet
de Bruin benutte zijn functie als vicevoorzitter van de FIVB om een overigens maar
matig bezet kwalificatietoernooi naar Amsterdam te halen.
- Vier jaar later plaatsten de heren (en de dames) zich moeizaam voor de
Spelen 1992, daarbij weer geholpen door de bestuurlijke invloed van Nederland bij
de FIVB. Want opnieuw werd het kwalificatietoernooi aan Nederland (Rotterdam)
toegewezen.
- Voor de Spelen 1996 kwalificeerde Nederland zich in Japan in een toernooi
met Oekraïne, Japan, Kroatië, Bulgarije, Roemenië, Taiwan en Italië. Nederland werd
tweede achter Japan. De beste 3 teams plaatsten zich.
- De eerste kwalificatie voor de Spelen in 1988 werd wel degelijk bereikt met
de groep die het Bankrasmodel begon. Weliswaar deed Arie Selinger bij de Spelen van
1992 een beroep op de in Italië spelende Blangé, Zoodsma, Grabert en Posthuma, maar
pas in Atlanta 1996 kan je spreken van een grote inbreng van spelers, die niet in
het Bankrasmodel hadden gefigureerd, zoals Mike en Bas van der Goor, Guido Görtzen,
Misha Latuhihin, Brecht Rodenburg en Richard Schuil. Feit blijft, dat de spelers
van het eerste uur Nederland vanuit het niets aansluiting met de wereldtop hadden
bezorgd, iets dat tot die tijd als uitgesloten werd geacht ( Frank Constandse in
een interview op NOS – TV)
- Het huidige damesmodel werd op aandrang van de dames zelf gestart. Daarvoor
waren de internationals verdeeld over diverse clubs en stond de bondscoach op de
centrale trainingen meestal met maar 6 of 7 speelsters. Iedere bondscoach, die de
doelstelling wereldtop nastreeft, kan dat niet accepteren. De clubs zelf hebben dus
ook schuld aan het door hen bekritiseerde model.
- Martinus heeft wel degelijk oog voor het algemeen volleybalbelang. Het
accepteerde de komst van het HvA-model in de wetenschap dat het goed was voor het
volleybal en slecht voor Martinus. Het systeem levert mede dankzij een bevlogen en
bekwame trainer ieder jaar goed opgeleide talenten af voor de topvolleybalclubs.
En dan mijn stellingen:
Ik begrijp,dat er geroepen wordt dat bij de dames de competitie niet spannend is.
Dat is ook zo,maar het maakt voor de commercie en de publiciteit niet zoveel uit. De
kern van het probleem is, dat de landelijke media de volleybalcompetitie niet zien
zitten. Al 15 jaar niet.
Maar wel het nationale team. Eén wedstrijd van het nationale damesteam trekt meer
publiek en publiciteit dan vier A-league – competitiewedstrijden. AMVJ wint van DELA
Martinus, een sensatie van de eerste orde. Maar De Telegraaf en het AD besteedden er
geen regel aan.
Toen ca. 20 jaar geleden het Nationale herenteam top was, wilde de NOS TV wel een
exclusief rechtencontract. De toenmalige TVN sloot inderdaad een aantrekkelijk contract
af, waarna op initiatief van Harry de Haas en mijzelf TVN besloot een substantieel
bedrag af te dragen aan de eredivisieclubs. Dat bedrag verkreeg men dankzij de kracht
van het nationale team.
Wat gebeurt er nu? De nationale teams hebben zich niet geplaatst voor de Spelen en
prompt komt de NOS met een waardeloos voorstel aan, waar de volleyballers met de pet in
de hand deemoedig ja op moeten zeggen. (Ik zou dat overigens niet doen)
Mijn steun aan het plan van Avital Selinger was ingegeven door de overtuiging, dat
het een succes zou worden ( ik wist toen nog niet precies hoe de kwalificatieregels
waren) en dat bij succes de NeVoBo een mooi wapen in handen had om lucratieve TV- en
publiciteits - contracten af te sluiten, waarvan een deel ten goede van de clubs zouden
moeten komen.
Ik had ook gehoopt om via dit toch aansprekende damesteam een doelgroep te bereiken,
die het volleybal zou omarmen en omhoog zou stuwen. We hebben contacten onderhouden met
de wereld van de millionairsfaires en ons damesteam is opgetreden in Noordwijk tijdens
de z.g. Jackyfair. Gratis, met maar èèn bedoeling: een kapitaalkrachtige doelgroep voor
het volleybal te interesseren. Belangstelling was er wel, maar daar bleef het bij. Zelfs
de onkosten werden niet vergoed. Niet gelukt dus en ik reken me dat zelf aan.
Maar als je het nu laat zitten heb je zeker niets. Ook al eindigen alle 8 clubs in
de A-league op de eerste plaats; het zal de algemene interesse , de publiciteit én de
commercie niet belangrijk vergroten. We zullen blijven steken op het nivo: badminton,
handbal of korfbal. en dan kan het volleybal zich publicitair en commercieel niet
handhaven in een wereld waarin het gaat om entertainment. Topsport moet entertainment
zijn. En topsport bereikt je alleen als je het als een dagtaak ziet. Niet als een uit de
hand gelopen hobby, die je er na schooltijd of werk bij doet.
Daarnaast – en dat is de pijnlijkste constatering: volleybal trekt niet de doelgroep
aan, die voor de commercie interessant is Plus dat de volleyballer zelf niet veel geld
en tijd voor zijn sport over heeft. Johan Wakkie, directeur van de Hockeybond zei eens :
"zolang de volleyballer alleen maar neemt en niets geeft, wordt het structureel
nooit wat”.
Een commerciële barrière vormen de veelal armoedige sporthallen waarin we spelen;
veredelde schuren , waarin je geen zakenrelatie fatsoenlijk kan ontvangen volgens de
eisen van deze tijd. In Apeldoorn hebben ze dat goed begrepen. Benieuwd hoe Piet
Zoomers/D de nieuwe hal gaat exploiteren. En Omniworld?
Ton Boot is een fel aanhanger van het huidige nationale teamprogramma bij de dames.
Ook al omdat hij bij het basketbal gezien heeft hoe het niet moet. Omdat daar de clubs
de baas zijn komt er geen aansprekend nationaal team van de grond en blijft een
"sleeping giant” als voor dood liggen.
De mentale weerbaarheid
Als de Brabantse trainer Marcel de Laat in een column stelt, dat de oplossing
hiervoor in hoofdstuk 1 van de trainerscursus staat vraag ik me af waarom niet één
trainer een oplossing weet voor dit probleem.
Heb je een wanhopige Van Marwijk gezien na Ajax-Feijenoord? Hoe kan het dat in de
Arena een verlamd Feijenoord stond? Hij wist het niet. Toch geen kleine jongen die Van
Marwijk.
Of waarom speelt VVV grandioos tegen Ajax en PSV en brengt er niets van terecht tegen
Heracles en Sparta, toen het er echt om ging?
Waarom mist Suarez bij Ajax de kansen, die hij bij Groningen niet miste?
Dan hebben we het nog niets eens over AZ…..
Olaf Kortmann gaf als bondscoach van de Duitse nationale herenploeg zijn spelers in
1991 toen men voor de zoveelste keer een finale verloor een boek over mentale
weerbaarheid. Nu 16 jaar later is men nog geen stap verder. Na winst op Servië en
Turkije stortte de ploeg ineen tegen Finland (3-0) en zijn de twee overwinningen voor
niets geweest. Een setje tegen Finland was genoeg geweest.
Ik denk dat er voor een deel op te trainen is, maar dat zijn maar weinig trainers
met me eens. Die het wel met me eens zijn zitten uitgerekend bij PSV. De anderen vinden
het een vrijwel ongrijpbaar iets.
"Daar is meer tijd voor nodig in ons geval”, vindt Avital Selinger.
Een ding weet ik zeker. Het volleybal zal verder terugvallen als we geen
aansprekende en sterke nationale teams houden.
In een onderzoek van een stagiaire op het regiokantoor Noord Holland (en een andere
bij Martinus) komt de uitspraak voor: "Volleybal is duf en suf ".
"Volleybal heeft geen aansprekende sterren, zoals Beckham, Ronaldinho of Kaka.
Daarom zegt het me niks”, vertelde een jongetje. Het onderzoek betreft de vraag: waarom
er zo weinig jongens nog gaan volleyballen?
Deze tijd vraagt sterren. Die worden in het volleybal alleen gemaakt bij het
nationale team.
Maar wel een nationaal team, ondersteund door een goed marketingplan. Indertijd bij
Nationale-Nederlanden hebben we dat bewezen. Natuurlijk speelden ze goed, maar Zwerver,
Blangé, Zoodsma en Benne waren wel degelijk onderdeel van een marketingplan en werden om
die reden volgens de formule van de populaire Engelse dagbladen tot "mannetjes”
gemaakt.
Het voorstel van Frans voor een symposium is zo gek nog niet. Maar nodig dan naast
de buitenstaanders van Marcel de Laat ook de voormalige chef sport van De Telegraaf
Charles Taylor uit. Die vroeg zich na een soortgelijk symposium in 1988 al af: ‘wil de
volleybalwereld wel topvolleybal”. En een jaar later in januari 1989 schreef hij een
nieuwe column over het volleybal onder de titel "Blijven luisteren naar Selinger”.
En ik voeg daar zelf nog aan toe: Nodig ook de succesvolle judocoach Cor van der
Geest uit. Cor moet ook in dat symposium. En Ton Boot. Met het voorlopig mislukken van
de missie is nl. de hele Nederlandse sportwereld begaan................
Frits Suèr
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
"Reactie" (18-2-
2008)
Beste Frans,
Lees jouw idealen met veel respect, maar....
In Twente hebben we al diverse generaties geprobeerd samen te werken; helaas lukt het
niet. Gelukkig gaan regionale toppers bij de dames wel bijna allemaal naar Heutink-
Pollux, maar studies trekt mensen toch steeds naar het westen.
Ik lees op de volleybalkrant dat de topper in de B-league heren Brilliant/VCV -
Taurus meer dan 1000 mensen op bezoek heeft gehad en dat men heeft genoten van een
kraker. Dus volleybal leeft wel! Positief toch!
Over samenwerken van verenigingen:
Ik heb al eens voorgesteld om goede talentvolle speelsters speelgerechtigd te maken
voor twee verenigingen. Voorbeeld: Krekkers speelde 2e divisie, nu 1e divisie. Speelsters
trainden mee bij Pollux, zitten bij Jeugd/Jong Oranje, maar hebben nog niet dit niveau.
Zouden als nummer 11-12-13-14? bij Heutink-Pollux toegevoegd kunnen worden bij de
wedstrijden in de competitie.
Wanneer speelsters voor hun eigen vereniging spelen en mogen invallen etc. in de
eredivisie doen ze veel ervaring op, blijven ze spelen en heeft de club die ze "moet"
afstaan ook nog plezier van hun eigen opleiding. Ze leiden nu op voor andere
verenigingen. Voorbeelden: Maret Grothues, Maartje Scholten, Loes Hollink.
Iets anders: teams die een eredivisieteam hebben, mogen niet promoveren naar de B-
league met hun 2e team. Dat zou m.i. juist wel moeten, zeker als je gaat samenwerken. Is
de stap niet zo groot en kan men waarschijnlijk beter, geleidelijker instromen in de A-
league. Waar moeten de spelers/speelster heen, die (te) goed zijn voor de 1e divisie,
eigenlijk een stap moeten maken en nog geen eredivisie kunnen spelen? veranderen van
club? Voorbeeld Landstede Zwolle. H2 mag niet promoveren naar de B-league. Jammer
toch?
Siny Pots
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Eindelijk een eerlijke
discussie.
Laat ik beginnen met te stellen dat iedereen in volleyballend Nederland belang heeft
bij een sterk Nationaal Team en dat iedereen teleurgesteld is in het feit dat de dames
hun doel ondanks hun grote inzet helaas nog niet hebben kunnen bereiken. Alles zal dus
in het werk gesteld moeten worden om dat doel bij de volgende O.S. wel te halen.
De manier waarop geprobeerd is dit te realiseren is dus blijkbaar niet de enige en
juiste weg geweest en heeft vanaf het begin veel weerstand bij de overige Nederlandse
clubs opgeroepen. Dat vond mede zijn oorzaak in het feit dat die clubs tegen de op dat
moment met de NeVoBo en de bondscoach gemaakte afspraken in zonder enig overleg ronduit
belazerd werden. Vergeten werd namelijk dat al die internationals hun opleiding in
die Nederlandse competitie hadden gekregen. Vergeten werden ook die speelsters die
weliswaar het Nationale Tam niet halen zich iedere dag weer het schompes trainen om in
die competitie te kunnen presteren voor zichzelf, hun club , supporters en
sponsoren.
Als meneer Suer stelt dat Heutink Pollux bij een transfersysteem veel geld had kunnen
verdienen, kan ik allen maar stellen dat dat geld hooguit gebruikt had kunnen worden om
dure buitenlandse speelsters naar de club te halen, maar dat daardoor nog steeds niet
het vereiste niveau behouden zou kunnen blijven, omdat we financieel nog steeds niet met
het buitenland hadden kunnen concurreren.
Ik blijf erbij dat zonder een uitdagende Nederlandse competitie de interesse van
sponsoren alleen nog maar verder af zal nemen met alle gevolgen van dien voor de clubs
en op termijn ook voor het Nationale Team.
Voor dat we ook maar over een oplossing kunnen praten zonder de wederzijdse onheuse
bejegeningen van de laatste jaren zullen de NeVoBo, het Nationale Team en de clubs weer
op eén lijn moeten komen te zitten. Eén gezamenlijk doel, namelijk het nog sterker maken
van het Nationale team met centrale trainingen verspreid door het land en gebruik makend
van de faciliteiten bij de clubs, maar ook met ruimte voor de initiatieven van die
clubs en een eerlijke competitie met een goede opleiding van talenten, moet de basis
zijn. En daarbij een commerciële onderbouwing waarbij alle clubs bereid zijn te kijken
naar elkaars sterke punten en daar gebruik van te maken. Een symposium, een prima idee,
maar laten we dan ook proberen om er samen iets van op te steken. Het is nu nog
niet te laat voor nieuwe initiatieven. Volleybal is een fantastische sport waarvoor je
de mensen echt wel op de banken krijgt , kijk maar eens bijvoorbeeld bij de
thuiswedstrijden van Sliedrecht Sport, maar dan moeten wij als clubs wel zorgen voor
sensatie op het veld zowel bij het Nationale Team als bij de clubs.
Wim Hulleman
Voorzitter Stichting Top Volleybal Pollux
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Frans en anderen.
Clubs als Longa en Pollux, speelsters als Floortje (lees Brokkings blog) zijn ontzettend de dupe van het gekozen model. We hebben de Olympische spelen niet gehaald. Zo zijn er vast nog honderden zure conclusies te trekken, als je dat zou willen. Iedereen wil maar één ding, dat is dat volleybal op de kaart komt en dat onze nationale teams top spelen.
Laten we daarom in Gods naam Frans idee omarmen en oud zeer achter ons laten. Idealisten en Pragmatici verenigd u. Goede ideeën zijn er gelukkig zat. Welke uitvoerbaar zijn, moet goed onder de loep genomen worden. Omdat samenwerking nooit lukte, wil dat niet zeggen dat we dat niet opnieuw moeten nastreven. Dat clubs bang zijn talenten te verliezen, betekend niet dat we onze talenten dus maar centrale “toptrainingen” moeten onthouden.
Dat Avital een toptrainer is staat buiten kijf. Dat ons nationale team er goed uitziet en ook nog aardig kan volleyballen (om marketingtechnische redenen houd ik deze volgorde aan), daar twijfelt niemand aan. Nu wordt het de crux om een model te vinden, waarmee de groei doorgaat, het product volleybal gepromoot wordt en Londen gehaald wordt.
Een model waarbij de meest waarschijnlijke speelsters veel samen trainen maar vooral ook wedstrijden spelen lijkt cruciaal. Dat er toppers zijn, die in de sterkste competities zullen spelen, maakt een nationaal team alleen maar sterker. Een sterkere jeugdopleiding is absoluut noodzakelijk om te komen tot een hoger niveau.
Ik weet niets van de bestuurlijke constellaties en de implicaties die dat ten gevolge heeft van het huidige bondsapparaat, dus daar brand ik me niet aan. Ik heb best een idee over het nationaal team, maar dat is zoals die honderdduizende andere hobbyisten. Ook dat laat ik graag aan de professionals (ik mis overigens in nabeschouwingen echter wel de mening van insider als Teun Buijs, Sato en manager, zie alleen wat Avi vindt en al die outsiders die klaar staan met hun vernietigende oordeel). Maar voor de jeugdtrainingen heb ik wel wat ideetjes.
De bond poneert telkens spannende plannen, die vervolgens om financiële redenen niet door kunnen gaan. Bij de talententrainingen zowel regionaal als NVS wordt mijn inziens slechts mondjesmaat geëvalueerd. De particuliere initiatieven van clubs en de NVS zijn soms aanvullend, maar veel vaker bijten deze elkaar. Gebruik dit forum, het genoemde symposium of een ander gremium om ook daar als bond en clubs een model te creëren zodat de grootste talenten de beste trainers krijgen en de meeste uren kunnen maken. Waarom moet de NVS exclusief zijn van de bond en kunnen clubs als Alterno, Sliedrecht en Sudosa niet een nadrukkelijker rol krijgen in die trainingen. Clubs die bang zijn voor het verlies van jonge talenten, moeten zorgen dat ze in dat circus mee gaan draaien.
Bond en clubs zorg voor een systeem waarbij jeugd veel traint bij goed gekwalificeerde trainers. Hiervoor kan het NVS prima als basis gelden, maar kijk naar de mogelijkheden van de bundeling met eerder genoemde clubs. Zorg dat de gekwalificeerde trainers en trainingen gevolgd en geëvalueerd worden. Neem die trainers serieus door echte toptrainers als mentor, coach of begeleider aan te stellen. Deze toppers moeten weten wat er voor de absolute top nodig is en met alle respect niet de trainers die wel het papiertje hebben, maar nooit aan de echte top bezig zijn geweest. Zorg voor duidelijke communicatie tussen de begeleiders van talenten. Nu lijkt het erop dat een nieuwe trainer een hele nieuwe filosofie kan aanhangen. De kracht van de nuanceverschillen lijkt me winst, het elke keer een nieuw wiel uitvinden gaat in mijn optiek remmend werken.
Ook ik zal de discussie volgen en hoop in Londen vooraan te zitten.
Arjen Schimmel, trainer/coach Taurus H1
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|